oud‎ > ‎Best Practice‎ > ‎Best Practice voorbeelden.‎ > ‎

Onderwijs aan hoogbegaafden: een zaak van het SWV.

Geplaatst 11 mrt. 2013 12:07 door John Eckhardt   [ 11 mrt. 2013 12:15 bijgewerkt ]
Ter inleiding 
Binnen het SWV 40.04 Hoeksche Waard is er traditioneel veel aandacht geweest voor de specifieke onderwijsbehoeften van de zwakkere leerling maar een beperkt beleid aangaande cognitief getalenteerde leerlingen. Het waren m.n. de ouders, die regelmatig met vragen bij de helpdesk van het SWV kwamen over onderwijs voor hun getalenteerde kroost en hiermee het SWV met de neus op de feiten drukten, namelijk dat er volop aandacht was voor het minder getalenteerde kind als uitvloeisel van WSNS, maar nauwelijks aandacht was voor de meerbegaafde kinderen. Dit onbedoeld traditioneel discriminerend karakter van de wijze waarop het SWV keek naar zorgleerlingen en de besteding van zorgmiddelen - waarom wel geld naar minder getalenteerde en niet naar meergetalenteerde kinderen -  heeft geleid tot een verkennend onderzoek  in de tweede helft van 2008. De vraag was: Hoe ziet passend onderwijs in 2011 er uit voor getalenteerde kinderen conform de missie van het samenwerkingsverband: “Geen kind het dorp uit, geen kind het eiland af”?

Excelleren: het paddenstoelmodel of piramidemodel? 
Zwart-wit gesteld werd duidelijk dat er twee mogelijkheden zijn om passend onderwijs te realiseren voor (hoog)begaafde kinderen: het paddenstoelmodel of het piramidemodel.

Het paddenstoelmodel betekent dat wordt gestart met een Leonardo-afdeling zonder enige aansturing op het basale niveau van de scholen van  een stichting of samenwerkingsverband. Er is geen professionalisering van het veld, leerkrachten en intern begeleiders. Het is de zaak van vaak één school, zelden gesteund door collega-scholen. Dit model was met name de keuze van scholen met een teruglopend leerlingenaantal die P.R. zochten met als toelatingscriterium: een IQ vanaf 130.

Het model kent de volgende bezwaren

1.     Het is geen zaak van alle scholen en daardoor mist het paddenstoelmodel een stevig fundament.
2.     Bij (iets) minder dan 130 blijf je op de basisschool, waar de kans bestaat dat vanwege het gebrek aan professionalisering, gebrek aan kennis bij de leerkrachten en intern begeleiders voor jou geen passend onderwijs mogelijk is of slechts in beperkte mate. Excelleren is voor dit kind niet weggelegd terwijl hij of zij het zo duidelijk nodig heeft.
3.     Ouders betalen vaak het onderzoek. Jammer voor de minder draagkrachtige ouders.
4.     Het model is kwetsbaar. Valt de paddenstoel om dan resteert er bijzonder weinig.
5.     Kinderen kunnen onderpresteren bij intelligentieonderzoek. Dan heb je pech gehad, de slagboom gaat niet open. En juist die kinderen hebben behoefte aan goed excellerend onderwijs.

Het model kent als voordeel:
1.   Er is binnen relatief weinig tijd een plek voor de hoogbegaafden.

Het piramidemodel zorgt ervoor dat er allereerst aansturing aangaande professionalisering plaats vindt op de basis, op de leerkrachten en intern begeleiders van alle scholen. Zij zijn immers degenen die, willen we passend onderwijs voor (hoog)begaafde kinderen realiseren, kennis dienen te hebben van mogelijkheden als compacten, verdiepen, verrijken en eventueel versnellen, nadat zij hebben vastgesteld dat hier wellicht sprake is van een meer getalenteerd kind. Dit vaststellen doe je bij voorkeur in groep 1, in de eerste periode, ter voorkoming van eventuele latere narigheid als onderstimulering en ontwikkeling van een negatief zelfbeeld. Externe differentiatie binnen de scholen zelf middels een plusklas is dan een optie om vervolgens bij continueren handelingsverlegenheid te eindigen met een afdeling voor hoogbegaafden op de speciale basisschool als sluitstuk.

Het model kent de volgende bezwaren:

1.     Het is een zaak van alle scholen en dat kan vertragend werken. 
2.   Het kost beduidend meer geld.

Het model kent als voordeel:
1.   Het is robuust.
2.   Er ligt een brede basis.
3.   Ieder kind kan excelleren ongeacht de intelligentiescore.
4.   Het is beduidend minder kwetsbaar dan het paddenstoelmodel.
5.  De druk van ouders om hun kind op de Leonardo afdeling geplaatst te krijgen zal minder groot zijn wanneer zij ervaren dat hun kind binnen de reguliere basisschool “aan zijn trekken” komt. 

De keuze: het paddenstoelmodel of piramidemodel?

Beide modellen zijn in het directeurenberaad op 21 januari 2009 besproken. Er was breed draagvlak voor het piramidemodel. De directeuren deelden de mening dat er in de afgelopen jaren te weinig aandacht is geweest voor het (hoog)begaafde, (hoog)intelligente kind en dat ook deze zorg valt onder WSNS en derhalve bekostigd dient te worden vanuit de zorgmiddelen van het SWV.
Ook voor deze kinderen zal het speciaal basisonderwijs opvang moeten bieden; er is immers sprake van handelingsverlegenheid in het realiseren van het juiste antwoord, van passend onderwijs voor deze kinderen. Aanmelden gaat via het Zorgplatform.
Afspraken in samenwerking met Jet Barendrecht van bureau Slimpuls.

·         Alle scholen, 350 leerkrachten, volgen een opleiding.
·         Indien van toepassing: de verdiepingscursus Plusklas.
·         Alle leden van bovenschoolse zorg worden bijgeschoold op gebied van hoogbegaafdheid.
·         Leonardo-leerkrachten op het SBO volgen ook de cursussen vanuit Leonardo. 
Bekostiging door SWV.

Criteria tot aanmelding Zorgplatform

SWV 40.04 kent als enig toelatingscriterium voor het SBO handelingsverlegenheid van de basisschool in het realiseren van een passend antwoord op de onderwijsbehoeften en ondersteuningsbehoeften van het kind.

De handelingsverlegenheid manifesteert zich op 1 of meer van de volgende gebieden:
Realiseren van de juiste stof.
Realiseren van de juiste instructie.
Realiseren van gewenst gedrag.
Realiseren van een goed welbevinden.
Intelligentieonderzoek gebeurt vanuit het als-dan principe.

De meerderheid van de kinderen gaat zonder intelligentieonderzoek naar het SBO, dit geldt ook voor de kinderen die fantastisch (zouden) kunnen leren en volledig vastdraaien op de basisschool. Ook bij deze kinderen zien we dus dezelfde handelingsverlegenheid als bij de minder begaafden. 

Juli 2012

·         De pedagogische en didactische sensitiviteit en responsiviteit  is op de scholen aanzienlijk toegenomen. Op drie scholen na zijn alle scholen opgeleid. Inspectie (h)erkent dit.
·         Compacten, verrijken en versnellen behoren tot het basisrepertoire van de scholen.
·         Er zijn plusklassen op diverse scholen.
·         De Leonardo-afdeling bloeit. Er zijn drie groepen met 48 kinderen met een PCL-beschikking.
·         Financieel geen problemen met bekostiging, het is namelijk SBO.

Tot slot 
Jan Hendrickx heeft in 2010 de Leonardo-afdeling geopend op SBO het Pluspunt in Oud-Beijerland. We mogen zeggen dat veel kinderen, die we vroeger niet zagen, weer bloeien. Het is het waard. Het is de Hoeksche Waard. 

Pierre den Hartog 
Coördinator SWV 40.04 /Beleidsmedewerker Acis / Voorzitter Zorgplatform.

3297 GK  Puttershoek 
T 078-629 59 94 
E denhartog@acishw.nl 
www.acishw.nl en 
www.wsns-hw.nl

Comments