IDENTIFICATIE

Naast de ontwikkeling van het triadisch model ter definiëring van hoogbegaafdheid, heeft Joseph Renzulli in de Verenigde Staten een schoolsysteem ontwikkeld voor begaafde kinderen. Het systeem begint met een selectie van kinderen die plaats nemen in de talentengroep.

Renzulli benadrukt dat bij overname van zijn systeem, er zorgvuldig moet worden gekeken naar de lokale standaarden van het onderwijs. Hiermee doelt hij op percentages van kinderen die voldoen aan de voorwaarden maar ook op doelstellingen van het onderwijs en de eisen vanuit de maatschappij. Zijn selectiemethode kent zes stappen en wordt vooraf gegaan door het vaststellen van het percentage kinderen waarvoor ruimte is binnen de talentengroep.

Stap 0: Het percentage kinderen in de talentengroep

De grootte van de groep hangt af van meerdere factoren. Te denken valt aan beschikbare leerkrachten, ruimte, geld en natuurlijk de behoefte van de kinderen. Renzulli stelt in zijn voorbeeld een beginpercentage voor van 15%. Dit percentage moet niet gezien worden als percentage van de kinderen dat op enige wijze een aanpassing van de lesstof nodig heeft, zoals verrijking of compacter gemaakte lesstof, maar het percentage kinderen dat geheel of gedeeltelijk op andere wijze les moet krijgen dan het reguliere programma.

Stap 1: Test Score nominaties:

De eerste stap die Renzulli neemt is het vullen van ongeveer de helft van de groep. Dit doet hij op basis van testscores. In deze stap is het dus belangrijk dat je als school of organisatie eerst bepaalt welke testen je hiervoor gebruikt. Let wel; Renzulli praat hier niet over een onderscheid op intellectuele vermogens zoals een IQ-test, maar over onderscheid dat naar voren komt uit cognitieve testen. De reden hiervoor is dat cognitieve testen in het onderwijs alom aanwezig zijn en het afnemen van IQ-testen voor alle leerlingen niet uitvoerbaar is.

In zijn voorbeeld met een groepsgrootte van 15% selecteert hij de hoogste 8% uit de cognitieve testen. Deze kinderen vormen daarbij ongeveer de helft van de groep. Iedere betrouwbare gestandaardiseerde test kan voor dit doel worden gebruikt. Het is echter raadzaam dat toelating tot de talentengroep wordt verleend op basis van een interne test of subtest score. Op deze manier kunnen leerlingen die hoog scoren in verbaal of non-verbaal vermogen (maar niet in beide) toelating krijgen, evenals kinderen die kunnen uitblinken in één gebied (bijvoorbeeld ruimtelijk, mechanisch). Let op: het doel dat de organisatie of school heeft met de talentengroep moet hier voorop worden gesteld.

Stap 2: Nominaties door de leerkracht

Na de eerste stap wordt overzichtelijk gemaakt voor de leerkrachten welke leerlingen op basis van testscores in de talentengroep zitten. Hierdoor zullen naar verwachting een groot deel van de kinderen die de leerkracht zou aandragen al geplaatst zijn, waardoor het voor de leerkracht eenvoudiger wordt om te focussen op kinderen die nog niet in de selectie voorkomen, maar daar volgens de leerkracht wel in thuis horen.

In deze stap benoemen de leerkrachten leerlingen die kenmerken vertonen die niet gemakkelijk zijn vast te stellen in tests. Bijvoorbeeld, hoge mate van creativiteit, taakgerichtheid, ongebruikelijke belangstelling, talenten. of speciale gebieden van superieure prestaties of potentieel. Met uitzondering van leerkrachten die teveel nomineren of te weinig, worden nominaties van leraren overgenomen op gelijke waarde als de test score nominaties, nadat zij voldoende kennis hebben opgedaan van het doel van het programma en begaafdheid in het algemeen. Het programma verwijst dus niet meer naar de wijze waarop de leerlingen door de selectie zijn gekomen. Ook wordt er geen onderscheid gemaakt in kansen, middelen of aanbod van lesmaterialen anders dan de gebruikelijke individuele karakteristieken die ook in het normale onderwijsprogramma worden vastgelegd.

Stap 3: Alternatieve trajecten

Naast test score nominaties en nominaties door leerkrachten kan gekozen worden voor alternatieve trajecten ter vervanging of aanvulling van de eerdere stappen. Beslissingen over welke alternatieve trajecten kunnen worden gebruikt moeten op schoolniveau worden genomen en hangen samen met de doelstelling van het programma. Alternatieve trajecten kunnen verder bestaan uit aanwijzing door andere begaafden, toets op creativiteit, zelf-nominatie, product evaluaties en vrijwel elke andere procedure die de goedkeuring heeft van het expertteam begaafdheid binnen de school. Zelf-nominatie is meer geschikt voor leerlingen in het voortgezet onderwijs.

Het grote verschil tussen alternatieve trajecten aan de ene kant, en test score en leraar benoeming aan de andere, is dat alternatieve trajecten niet automatisch zijn. Met andere woorden, leerlingen genomineerd  via een alternatief traject worden pas toegelaten na bestudering en goedkeuring van de expertgroep. Ook gesprekken met leerlingen, docenten en ouders, behoren tot de mogelijkheden om plaatsing te bepalen. In sommige gevallen kan worden besloten om leerlingen die op basis van een of meer alternatieve trajecten worden geplaatst, eerst op proefbasis aan het programma te laten beginnen.

Stap 4: Speciale nominaties

De speciale nominaties vertegenwoordigen de eerste van twee "veiligheidskleppen" in dit identificatiesysteem. De veiligheidskleppen zijn er voornamelijk om ervoor te zorgen dat onopvallende onderpresterende begaafden of begaafden met een leerbeperking in overweging worden genomen voor plaatsing in de talentengroep. Een lijst van alle leerlingen die zijn genomineerd door een van de procedures in stappen 1 tot en met 3 in beschikbaar voor alle leerkrachten binnen de school, dus ook bij leerkrachten van voorgaande groepen.

Aan de hand van deze lijst kunnen de leerkrachten uit de voorgaande groepen aangeven welke kinderen zij missen, die ze op basis van hun kennis en ervaring wel hadden verwacht. Gebruik van het leerlingvolgsysteem om deze stap te ondersteunen wordt zeker aangeraden. Met deze procedure kunnen leraren van voorgaande leerjaren alsnog leerlingen benoemen die niet zijn aanbevolen door hun huidige leraar, en leraren kunnen aanbevelingen doen op basis van ervaringen met leerlingen uit eerdere verrijkingsprogramma’s of creatieve opdrachten in de reguliere klaslokalen. Deze stap zorgt voor een definitieve beoordeling van de totale schoolbevolking, en is ontworpen om te voorkomen dat leraren de capaciteiten van onderpresteerders niet doorzien als gevolg van huidig vertoonde capaciteiten, stijl, of zelfs de persoonlijkheid van deze leerling. Deze stap helpt ook om leerlingen te ontdekken die door omstandigheden thuis of door de eigenschappen van het schoolsysteem gedurende de schoolperiode zijn gaan onderpresteren.

Stap 5: Kennisgeving en oriëntatie van ouders

Een brief wordt verstuurd naar de ouders van alle geselecteerde leerlingen met een uitgebreide beschrijving van het programma, waarin staat dat hun kind is geselecteerd voor het programma voor het komende jaar. De brief geeft niet aan vanuit welke stap het kind is toegelaten. De ouders worden uitgenodigd voor een bijeenkomst. Op deze bijeenkomst wordt een uitleg van de werking van het triadisch model gegeven (of van de beschrijving zoals deze in het schoolplan is opgenomen), alsmede een uitleg van het schoolbeleid, de procedures en de activiteiten. Ouders worden geïnformeerd over hoe de toelating tot de talentengroep is bepaald, dat het wordt uitgevoerd op een jaarlijkse basis, en dat toevoegingen aan de talentengroep kan plaatsvinden tijdens het jaar als gevolg van evaluaties van de deelname van de leerling en vooruitgang.

Stap 6: Activeringsnominaties (veiligheidsklep No. 2)

In weerwil van onze beste bedoelingen zal dit systeem af en toe leerlingen over het hoofd zien die, voor één reden of een andere, niet zijn geselecteerd voor de talentengroep. Om dit probleem te verhelpen, wordt gekeken naar ongewoon positieve reacties van leerlingen op bepaalde onderwerpen. Door het aanbieden van een grote variëteit aan verrijkingsonderwerpen wordt gescand of leerlingen die zich niet in de voorgaande stappen hebben onderscheiden, door hun reacties op specifieke materialen zichtbaar worden.

Activering kan het best worden gedefinieerd als de dynamische interacties die optreden wanneer een leerling extreem enthousiast wordt van een bepaald onderwerp, gebied van studie, probleem, idee of evenement dat in de school of buiten het schoolcircuit plaatsvindt. Het is afgeleid van het concept van prestatiegericht beoordelen, en het dient als de tweede veiligheidsklep in dit identificatiesysteem. De vaststelling van een kandidaat door activering betekent niet dat een leerling automatisch kan meedraaien in de talentengroep, maar het dient als basis voor een voorzichtige beoordeling van de situatie.