4. ORGANISATIEMODEL
In het KORT:

Door te zoeken naar de meest efficiënte verhouding en grootte van groepen kan met relatief weinig middelen een effectief onderwijsprogramma worden opgezet.
 


Zorg uitbesteden?

Het evt. uitbesteden van de zorg voor plusgroep-leerlingen aan bijvoorbeeld het voortgezet onderwijs of externe instanties vergt een structurele basis.

Waak ervoor om “snoepjes” uit te delen, die geen vervolg krijgen.


De Denktank TOPPLAN-Onderwijs is voorstander van een getrapte structuur, waarbij wordt uitgegaan van een minimale omvang in de samenwerking tussen scholen en/of besturen, om daarmee de meest ideale organisatie te kunnen opzetten. Niet elke school biedt elke vorm van onderwijs aan, maar binnen de samenwerking van het bestuur / de besturen wordt een spreiding van de verschillende zorgniveaus over de scholen afgesproken.


Uitgangspunt is een scholengroep van minimaal 3500 leerlingen.
Ca. 16% van alle leerlingen is begaafd en komt in aanmerking voor verrijkingsvormen = 560 leerlingen
De overige leerlingen (84% = 2940 leerlingen) kunnen worden opgevangen op de niveaus van zorg 1-3 binnen de reguliere scholen. (zie bijlage 1)

TOP-klassen:

2,5% (15% van de 16% leerlingen) heeft fulltime begaafdenonderwijs nodig = 88 leerlingen.
Deze (gemiddeld 4) groepen van 22 kinderen zijn geconcentreerd op een van de scholen, die ook over PLUS-groepen beschikt.
Deze groepen werken bovenschools. Aanvullende formatie zal dus ook door alle scholen binnen het bestuur moeten worden opgebracht. (zie bijlage 3)

PLUS-groepen:

13,5% (85% van de 16% begaafde leerlingen) kan volstaan met PLUS-groepen = 472 leerlingen
Deze leerlingen volgen 1 of meer dagdelen apart onderwijs in plusgroepen. Deze plusgroepen concentreren zich op een aantal scholen. De school die een plusgroep in huis heeft bedient een aantal vaste thuisgroepen in een zelfde wijk, dorp of stad.
Omdat deze groepen bovenschools worden georganiseerd zal hiervoor formatie moeten worden vrijgemaakt door de aanleverende scholen. Door hierin samen te werken kan met relatief weinig middelen een effectieve opvang worden gerealiseerd. (zie bijlage 4)
Binnen deze structuur kan het samenwerkend bestuur ook de keus maken voor een “reizende plusklasleerkracht”, afhankelijk van de omvang van de groepen en aantallen van de scholen.

De eerste jaren zal een groeimodel nodig zijn om tot dit model te komen.

Voortgezet onderwijs: Ook het voortgezet onderwijs kan een rol spelen in de verrijking van de stof aan begaafde leerlingen. Meest effectief is om deze samenwerking gestalte te geven op het snijvlak van PLUS- en TOP-klassen. Omdat elke situatie weer anders is, is het aan de expertgroep om deze evt. samenwerking vorm te geven

Jordy:

Jordy van 8 jaar is door zijn eerdere school doorverwezen naar een school met een TOPklas. Na een week komt zijn moeder op school vertellen hoe goed het inmiddels thuis gaat met Jordy. Hij is zo ontzettend veranderd. Ze is benieuwd of de school dat ook merkt.

Oh ja, bovendien is hij ineens sinds de eerste dag dat hij meedraait in de TOPklas zindelijk.