5. STAPPEN IN ZORG EN SIGNALERING
In het KORT:

Binnen het bestuur of het samenwerkings-verband worden nadrukkelijke afspraken gemaakt over de verwijzing op zo jong mogelijke leeftijd van leerlingen naar de PLUS-groepen en TOP-klassen. Daarmee voorkomt men dat kinderen in latere groepen alsnog gaan vastlopen. 
  


De systematiek in de organisatie van TOPPLAN vergt goede afspraken over de signalering van leerlingen in een zo vroeg mogelijk stadium.

Het is bekend dat veel begaafde leerlingen hun motivatie voor leren snel kunnen verliezen doordat ze niet tijdig een bij hen passend onderwijsaanbod krijgen aangeboden. In de praktijk is gebleken dat leerlingen al in de kleuterfase of daarvoor kunnen gaan onderpresteren (absoluut of relatief) en eveneens op jonge leeftijd al dermate “getraumatiseerd” kunnen zijn, dat hun (ingeslepen) gedrag hun ontwikkeling in de weg staat.

Signalering bij inschrijving.

Alle leerlingen die worden ingeschreven kunnen aan de hand van juiste signaleringslijsten worden gescreend op een mogelijke ontwikkelingsvoorsprong. Binnen het signaleringsinstrument SiDi wordt hierin voorzien door middel van een vragenlijst die door de ouders wordt ingevuld. Wanneer de school deze lijst tot onderdeel maakt van de intakeprocedure voor nieuwe leerlingen kunnen veel meer kinderen tijdig worden gesignaleerd dan zonder een dergelijk instrument.

Van genoemde signaleringslijst is zowel een lijst voor 4-jarigen als een lijst voor zij-instromers beschikbaar.

Nadat de leerling een aantal weken op school zit, kan de leerkracht een andere vragenlijst gebruiken om de uitkomst van de oudervragenlijst te verifiëren.

Jaarlijkse screening.

Jaarlijks zal de (nieuwe) leerkracht aan het begin van het schooljaar de SiDi-vragenlijst voor de gehele groep invullen, om te kijken of er alsnog geen leerlingen door glippen.

Uit de jaarlijkse signalering komen – zeker de eerste paar keren – leerlingen boven drijven die eerder niet werden gesignaleerd als meerbegaafde leerlingen. Juist omdat veel leerlingen zich snel aanpassen komen er soms ‘verrassingen’ uit.

Dan is het belangrijk dat de leerkracht goed zicht krijgt op de onderwijsbehoeften van de leerling. In veel gevallen is het goed bepalen van het didactisch niveau van de leerling essentieel. Dat kan leiden tot een versnelling, maar hoeft helemaal niet. We weten nu wel wat de leerling nodig heeft en kunnen het onderwijs hier op aanpassen.

Alle signaleringsinstrumenten bevatten vragenlijsten voor ouders en leerkrachten om te helpen bepalen wat de leerling werkelijk nodig heeft.

(Voor een uitgebreidere beschrijving van de zorgstappen, zie bijlage 9)
(Voor de uitwerking van een stappenplan voor invoering, zie bijlage 13)

Karel:

Karel zit sinds enkele maanden in de TOP-klas. Op de vorige school ging het helemaal niet goed met hem. Hij kreeg geen uitdaging, werd obstinaat en weigerde actief mee te werken in de klas. Hij was een “einzelganger” en viel steeds meer buiten de groep.

Sinds enkele maanden zit hij in een TOP-klas en gaat weer met plezier naar school. Hij heeft zelfs vriendjes!

Maar de laatste weken lijkt het er toch weer op dat hij niet graag naar school gaat. Ouders overleggen met de leerkracht. Ook hij merkt dat Karel nu eindelijk zijn best moet gaan doen. Jarenlang heeft hij nooit iets hoeven doen. Hij heeft nooit leren leren. Nu moet hij ook nadenken om iets op te lossen. Dat valt niet mee in het begin!