TOPDOWN ONDERWIJS

TOPDOWN INSTRUCTIE

Een voor het onderwijs belangrijk gemeenschappelijk kenmerk van begaafde leerlingen is hun topdown manier van denken. Ze hebben alle informatie nodig voordat ze begrijpen hoe een onderdeel van het verhaal in het grote geheel past. Waar bottom-up denkers stap voor stap hun vaardigheden oefenen, moet de topdown denker eerst weten in welke context de te leren vaardigheid wordt gebruikt.

Het waarom van de vaardigheid is dus eigenlijk belangrijker dan de training zelf. De leerling wordt immers intrinsiek gemotiveerd wanneer hij inziet bij welke situatie hij de vaardigheid nodig heeft.

Dat betekent in de onderwijspraktijk topdown uitleg geven van NIEUWE leerstof. De leerling heeft een totaaloverzicht nodig om te kunnen plaatsen welke stap er eerst gezet moet worden.

Dat betekent dat topdown denkende leerlingen, eerder dan de groep, topdown instructie moeten krijgen van de nieuwe leerstof. De leerling die hieraan niet genoeg heeft kan dan immers later nog met de groepsinstructie meedoen.

Hiervoor wordt bij voorkeur een vast moment in de week ingeroosterd, bijvoorbeeld wanneer de andere leerlingen zelfstandig werken. In elke schoolorganisatie kan zo’n moment worden gevonden. Niet elke week zal er zoveel NIEUWE leerstof worden behandeld dat er meer dan 20 minuten nodig is.

Voorbeeld:

Scholen die Handelings Gericht Werken (kortweg HGW genoemd) zijn gewend met 3 instructieniveaus te werken. De hele groep begint met luisteren naar de instructie van de leerkracht. Een deel van de leerlingen kan al na enkele minuten aan de slag; deze groep wordt de instructieonafhankelijke groep genoemd. De rest van de leerlingen volgt de gehele instructie van de leerkracht. Na afloop kunnen veel meer leerlingen zelf aan de slag. Tenslotte blijft er een groepje over dat extra instructie nodig heeft.

De leerkracht bepaalt vooraf welke leerlingen in de instructieonafhankelijke groep zitten. Die selectie wordt gedaan op basis van de onderwijsbehoefte van de leerlingen. Deze beschrijving van onderwijsbehoeften wordt ook door de leerkracht gemaakt. Het is dus van evident belang dat de leerkracht goed zicht heeft op de leerling.

Een begaafde leerling kan behalve behoefte aan een korte instructie, ook behoefte hebben aan een topdown instructie.

De leerkracht heeft nu de keuze om de groepsinstructie te beginnen met een topdown uitleg van de hele context van de leerstof, of neemt dit groepje vooraf even apart.

In het eerste geval kost de topdown instructie instructietijd van de hele groep. Waarschijnlijk zijn er nog meer leerlingen die deze uitleg prettig vinden, maar het is de vraag of dit voor alle leerlingen geldt.

In het tweede geval neemt de leerkracht vooraf de topdown denkers apart voor de topdown uitleg. Of ze dan nog aan de groepsinstructie moeten deelnemen is zeer de vraag, maar kan per leerling en per onderwerp verschillen.